Vraagstukken 2013

banner

In de praktijk van alledag lopen wij tegen vraagstukken aan die ervoor zorgen dat wij onze ambities minder snel kunnen realiseren. Wij zoeken dan naar oplossingen en gaan in gesprek met ketenpartners om samen een alternatief te bedenken. In 2013 speelde een aantal zaken.

Acceptatie van duurzame projecten door omwonenden

Eneco streeft ernaar om steeds meer klanten van windenergie te voorzien. Op dit terrein spelen echter risico’s op politiek en lokaal vlak. Zonder politieke 'wind mee' kunnen we weinig nieuwe windmolenparken bouwen. Daarnaast is er een toenemende onrust bij omwonenden over geplande windmolens of windmolenparken. Eneco vindt het belangrijk om de omgeving vroegtijdig bij deze projecten te betrekken. Wij houden rekening met de wensen van de omwonenden en besteden veel aandacht aan communicatie met de omgeving.

Minder CO2-reductie dan verwacht bij interne bedrijfsvoering

Eneco heeft sinds 2008 een CO2-neutrale interne bedrijfsvoering. De doelstelling van 44 procent CO2-reductie voor Eneco Groep in 2013 ten opzichte van 2007 hebben we niet gehaald. We kwamen uit op 39 procent. Een belangrijke oorzaak is de emissie van onze bedrijfswagens, die niet eenvoudig te verduurzamen zijn. Ons wagenpark groeide als gevolg van de inzet van meer monteurs voor de plaatsing van Toon door het hele land en door werkzaamheden van Joulz buiten het netwerkgebied van Stedin. Wij vinden het tijd voor de volgende stap op ons duurzame pad: One Planet Thinking.

Gascentrale komt te weinig aan bod

Eneco streeft naar een energiemix van schone elektriciteit, warmte en gas. Aardgas biedt ons de gelegenheid om op een verantwoorde wijze over te stappen naar steeds meer duurzame energie. De situatie van vraag en aanbod in de energiemarkten heeft echter geleid tot ongewenst lage marges bij de productie van elektriciteit in centrales. Met name de spark spreads voor gasgestookte centrales zijn van een dermate laag niveau dat we deze centrales op dit moment niet rendabel kunnen inzetten. Ofschoon gascentrales de ideale combinatie vormen met onze productiecapaciteit uit wind en zon, kiezen we voor een lagere inzet van onze gascentrale tot de situatie verbetert. Om deze reden hebben we één van de generatoren tegen vergoeding overgedragen aan een andere partij. Hiermee is de capaciteit van onze centrale tijdelijk met 50 procent beperkt, totdat een nieuwe generator wordt geplaatst.

Splitsing zet rem op onze duurzame ontwikkelingen

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in 2013 bepaald dat het groepsverbod, het verbod op nevenactiviteiten en het privatiseringsverbod beperkingen van het vrije kapitaalverkeer zijn die rechtvaardiging behoeven. Volgens het Hof moeten de beperkingen geëigend zijn om de door de Nederlandse Staat nagestreefde doelstellingen te bereiken en mogen deze niet verder gaan dan noodzakelijk voor de verwezenlijking van de beoogde doelstellingen. Het is aan de Nederlandse rechter om dit na te gaan.

Een gedwongen splitsing zal de ontwikkeling van een duurzame energievoorziening vertragen. Het voorkeursscenario van Eneco is daarom het terugdraaien van het proces van splitsing en het definitief onverbindend worden van de wettelijke bepalingen over het verplichte groepsverbod (die thans niet geldig zijn op grond van de eerdere uitspraak van het Hof in Den Haag). Met dit doel wordt de rechtszaak bij het Hof door Eneco vervolgd. Daarnaast pleit Eneco, in het licht van de maatschappelijke uitdagingen om energie schoon, betrouwbaar en betaalbaar te houden, in de politiek voor heroverweging van de uitgangspunten die jaren geleden tot keuze voor deze wetgeving hebben geleid.