Ontwikkelingen in de energiemarkt

De energiemarkten in Europa zijn in transitie van een centraal gestuurde energievoorziening, gebaseerd op fossiele brandstoffen, naar een decentrale duurzame energievoorziening waarin eindgebruikers zelf hun energie opwekken, opslaan en onderling uitwisselen.

Groeiende energievraag wereldwijd en verschuivende machtsverhoudingen

De toename van de bevolking en de gemiddelde welvaart in de wereld zorgt voor een sterke groei in de vraag naar voedsel, water, consumptiegoederen en energie. De vraag naar energie zal volgens de International Energy Agency in 2035 wereldwijd ongeveer verdubbeld zijn ten opzichte van 2011. Het 'center of gravity' van de vraag naar energie verschuift hierbij naar de opkomende economieën in met name China, India en Zuidoost-Azië. Volgens de IEA (World Energy Outlook, 2013) staat China op het punt om de grootste olie-importeur ter wereld te worden. India zou deze status voor kolen rond 2020 moeten bereiken. Met de vondsten van en boringen naar schaliegas in de Verenigde Staten wordt dit land zelfvoorzienend met betrekking tot zijn energiegebruik. De internationale machtsverhoudingen veranderen hierdoor aanzienlijk.

Bedrijfsleven, overheden en burgers staan wereldwijd voor de uitdaging om op een zodanige manier aan de groeiende energievraag tegemoet te komen dat ook toekomstige generaties in hun levensbehoeften kunnen blijven voorzien met behulp van wat de aarde en atmosfeer kunnen voortbrengen en absorberen. In de prognoses van de International Energy Agency groeit de productie van energie uit duurzame bronnen aanzienlijk sterker dan uit kolen, gas, olie of kernenergie. In 2035 zal ongeveer 25 procent van de totale wereldwijde energievraag duurzaam worden opgewekt met behulp van wind, zon, water en biomassa. De duurzame opwekking van energie vindt niet alleen plaats in de ontwikkelende landen maar in sterk toenemende mate ook in de ontwikkelende economieën. Zo verwacht de IEA dat China in 2035 meer duurzame energie produceert dan Europa, de VS en Japan samen.

Deze wereldwijde ontwikkelingen zijn relevant voor Eneco en haar klanten vanwege de toenemende afhankelijkheid van Europa van import van fossiele brandstoffen en vanwege de impact van de energiebehoefte op de geopolitieke verhoudingen met de exporterende landen. Daarnaast heeft de wereldwijde groei van duurzame energie-opwekking een positief effect op de schaalvoordelen in de productie van bijvoorbeeld zonnepanelen en windmolens, waardoor de kostprijs van de productie van duurzame energie naar verwachting verder zal dalen.

Europese energievoorziening in transitie naar duurzaam, decentraal, samen

In Europa is er niet zozeer sprake van een groei in de vraag naar energie, maar is de energievoorziening in een fundamentele transitie. De energiemarkt ontwikkelt zich van een centraal gestuurde energievoorziening, gebaseerd op fossiele brandstoffen, naar een decentrale duurzame energievoorziening waarin eindgebruikers zelf hun energie opwekken, opslaan en onderling uitwisselen. De Europese energie- en klimaatdoelstellingen voor 2020 en 2030 vormen een belangrijke drijvende kracht achter deze transitie.

Fase 1 - Centraal

De energievoorziening werd in het verleden - en wordt nog steeds - grotendeels gekenmerkt door elektriciteitsproductie in grootschalige centrales, op basis van kolen en gas of kernenergie. Vanuit deze grote centrales wordt de elektriciteit via de verticale transport- en distributienetwerken in één richting naar de verbruikers gestuurd. De nadelen van dit systeem van energievoorziening zijn: veel netverliezen, beperkt hergebruik van restwarmte, veel CO2-uitstoot en weinig keuzemogelijkheden voor klanten, behalve voor wat betreft hun leverancier en het product (groene of 'grijze' energie).

Fase 2 - Transitie

We bevinden ons in een transitiefase waarin het aandeel duurzame energie groeit, met name door grootschalige duurzame opwekking in bijvoorbeeld windparken (op land en op zee) en uit biomassa. In deze fase functioneren grote centrales voornamelijk als back-up voor de uren dat windsnelheid en zonintensiteit afnemen. Deze back-up is idealiter zo flexibel en duurzaam als mogelijk. Gas kan in deze fase een cruciale rol als transitiebrandstof spelen vanwege de responstijd, de mate van op- en afregelen en de lage CO2-uitstoot van gasgestookte elektriciteitscentrales.


Fase 3 - Duurzaam Decentraal Samen

Deze transitie zal naar onze verwachting ook doorzetten. Daarvan zijn nu al tekenen zichtbaar. De energievoorziening ontwikkelt zich naar een systeem waarin energie wordt opgewekt door eindgebruikers zelf. Elektriciteit wordt niet meer over grote afstanden getransporteerd maar wordt decentraal opgewekt en direct gebruikt ofwel opgeslagen of lokaal uitgewisseld: Duurzaam Decentraal Samen. Ook krijgt de eindverbruiker in toenemende mate inzicht in en controle over zijn energieverbruik en decentrale productie. De klant wordt een actief deel van het energiesysteem.

Investeringen in de energietransitie betreffen niet alleen de duurzame opwekking en opslag, maar ook de systemen voor het meten en distribueren van alle energiestromen. Netten worden meer horizontaal dan verticaal georiënteerd. De vele lokale energiestromen worden continu gemeten en de informatie daarover is continu en direct toegankelijk. Het belang van real-time meetdata neemt verder toe en er zullen nieuwe diensten en bedrijven ontstaan die van deze data zinvolle informatie maken. Slimme meters en bijvoorbeeld de Toon van Eneco vormen nog slechts het begin.

Samenwerking tussen marktpartijen is onontbeerlijk om de energietransitie op een efficiënte wijze te realiseren. In de eindfase van Duurzaam Decentraal Samen zorgen leveranciers en netbeheerders er samen met eindgebruikers voor dat de energievraag en opwekking op decentraal niveau in evenwicht blijven, waardoor eventuele overschotten of tekorten zo efficiënt mogelijk lokaal kunnen worden opgeslagen of uitgewisseld. Eneco realiseert nu al DDS projecten. Bijvoorbeeld lokale opwekking van elektriciteit uit wind voor Fuji Film in Tilburg. Duurzame opwekking van elektriciteit met zonnepanelen op de daken van de Audi fabriek in Brussel. Decentraal load management bij warmtepompen in in appartementen gebouw Couperus in Ypenburg, Den Haag. Of customer care diensten voor de energie coöperatie in Lochem.

Merkbare transitie

Dat deze energietransitie in volle gang is, is anno 2013 direct merkbaar in de Europese energiemarkten. Er is sprake van overcapaciteit bij de conventionele centrales, energie wordt in toenemende mate in de vorm van elektriciteit gebruikt en die elektriciteit wordt in toenemende mate decentraal opgewekt.

Overcapaciteit conventionele centrales door hoger aanbod duurzame energie

In 2013 was er in Noordwest-Europa sprake van een relatief lage stroomvraag. Door deze lage vraag en de groei van duurzame energie is er een overvloed aan conventioneel productievermogen. Dit had als gevolg dat gasgestookte elektriciteitscentrales een historisch laag niveau bereikten voor wat betreft het aantal uren waarvoor ze moesten worden ingeschakeld. Deze trend is niet alleen in Nederland merkbaar. In Duitsland is de situatie nog acuter, doordat de regering al langere tijd een sterk stimuleringsbeleid voor duurzame energie voert. Mede door de overcapaciteit in conventionele elektriciteitsproductie hebben diverse grote Europese energieconcerns in 2013 herstructureringsplannen en nieuwe strategische koersen aangekondigd.

Steeds meer elektrisch in plaats van gas en andere energiedragers

Energie wordt in toenemende mate in de vorm van elektriciteit gebruikt. Zo is het aantal elektrisch aangedreven voertuigen op de Nederlandse wegen gestegen van van 7.500 eind 2012 naar ruim 19.000 per 1 januari 2014 (bron: stichting e-laad). Daarnaast worden voor de verwarming van woonhuizen in toenemende mate warmtepompen ingezet in plaats van gasgestookte HR cv-ketels, waardoor gas wordt vervangen door elektriciteit voor de warmtepomp of zonneboiler. Deze trend van decentrale elektrificatie zal de komende decennia verder doorzetten. Hierdoor zal de vraag naar elektriciteit verder blijven toenemen, ten koste van de vraag naar andere energievormen zoals gas.

Meer decentraal opgewekte energie

Het decentraal opwekken van elektriciteit met bijvoorbeeld zonnepanelen is over de afgelopen jaren aanzienlijk aantrekkelijker geworden voor kleinverbruikers. De kostprijs van zonnepanelen is zodanig gedaald dat voor eindgebruikers het zelf opwekken even duur is geworden als het afnemen van elektriciteit (inclusief belastingen) uit het net. De daling van de kostprijs van elektriciteit uit zonnepanelen zal zich naar verwachting de komende jaren nog verder doorzetten. Op termijn verwacht Eneco dat de kostprijs van elektriciteit uit zonnepanelen, samen met de kosten voor opslag van elektriciteit in batterijen, voor huishoudens even aantrekkelijk zal worden als afname van elektriciteit via het net. Daarmee kunnen huishoudens dag en nacht over elektriciteit beschikken, zonder verdere support of back-up vanuit het elektriciteitsnet.

Toenemende betrokkenheid van eindgebruikers in Nederland en België

Een duurzaam Energieakkoord

De Europese klimaatdoelstellingen voor 2020 bestaan uit 20 procent energiebesparing, 20 procent duurzame energie en 20 procent reductie van uitstoot van CO2. Nederland heeft zich in dit kader in de EU gecommitteerd aan de doelstelling dat 14 procent van het finale energiegebruik in 2020 uit duurzame bron afkomstig zal zijn. Het finale energieverbruik bestaat uit de vraag naar energie voor transport, warmte en elektriciteit.

In 2013 begon een nieuw en belangrijk hoofdstuk in de verduurzaming van het energiesysteem in Nederland. Overheid, marktpartijen en belangenorganisaties hebben in september 2013 het Energieakkoord bereikt. Het akkoord streeft naar de doelstelling van 14 procent duurzame energie in het finale energiegebruik in 2020. De belangrijkste doelstellingen in het Energieakkoord zijn:

  • De toename van aandeel hernieuwbare energie van de huidige 4 procent naar 14 procent in 2020 met een doorkijk naar de jaren erna, vertaald in een doelstelling van 16 procent in 2023
  • De stimulering van energiebesparing tot 100 PetaJoule (PJ) in 2020, overeenkomend met gemiddeld 1,5 procent per jaar
  • De doelstelling om duurzame opwekking te stimuleren naar 6000 MW wind op land en 4150 MW wind op zee
  • Het sluiten van de 'oude' kolencentrales en het stellen van een plafond aan de bijstook van biomassa in kolencentrales
  • Het versterken van de werkgelegenheid door 15.000 voltijdsbanen in de eerstkomende jaren

Ontwikkeling elektriciteit productie Nederland (o.b.v. Energieakkoord)

2012

2020

gemiddelde groei per jaar

Wind op land

2.208 MW

6.000 MW/ 54 PJ

9,5%

Wind op zee

230 MW

4.150 MW/ 60-65 PJ

30,1%

Biomassa bijstook

11,2 PJ

25 PJ

7,8%

Overig duurzaam (o.a. afvalverbranding, overige verbranding)

~55 PJ

tot 186 PJ (2023)

11,7%

Eneco heeft actief bijgedragen aan de onderhandelingen rondom het Energieakkoord. Zij gelooft dat hiermee een breed draagvlak is gecreëerd voor de marsroute naar een veel duurzamere energievoorziening.

Het Energieakkoord is ook direct relevant voor de eindgebruikers, bijvoorbeeld vanwege de financiering van energiebesparende maatregelen voor particuliere woningeigenaren en woningcorporaties. Maar ook vanwege de nieuwe regeling waarbij coöperaties een verlaging van energiebelasting wordt geboden voor lokale productie van bijvoorbeeld zonne-energie. Hierdoor zullen lokale coöperaties een verdere ontwikkeling door kunnen maken. Eneco juicht deze initiatieven toe en helpt bij de ontwikkeling ervan met diverse diensten en concrete stappenplannen.

Energie niet langer low-interest product; de vraag naar duurzame energie groeit

Consumenten wisselen in toenemende mate van energieleverancier. Vorig jaar is in Nederland zo'n 13 procent overgestapt. Dit is een toename ten opzichte van de ongeveer 11 procent het jaar daarvoor (ACM trendrapportage november 2013). De verwachting is dat deze trend verder zal doorzetten. Prijs blijft de belangrijkste reden voor klanten om over te stappen.

Tegelijkertijd kiezen steeds meer klanten bewust voor duurzame energie. Eneco levert aan huishoudelijke klanten uitsluitend groene stroom. Steeds meer klanten kiezen bewust voor meer specifieke duurzame energie zoals Eneco HollandseWind: 7 procent van de klanten van Eneco heeft in 2013 voor dit product gekozen. Ook nemen klanten op steeds grotere schaal producten af die energie-inzicht vergroten en energiebesparing mogelijk maken, zoals bijvoorbeeld Eneco’s slimme thermostaat Toon.

Daarnaast hebben consumenten in 2013 meer moeite met het betalen van hun energierekening dan in voorgaande jaren. De economische recessie speelt hierbij zeker een rol. In 2013 werd het effect van een nog altijd negatief economisch klimaat nog eens versterkt door een extreem koude winter aan het begin van het jaar, waardoor energierekeningen hoger uitvielen. Wij zien dat consumenten steeds actiever nadenken over energiegebruik en vervolgens ook steeds vaker handelen om hun energiegebruik te verminderen.

Eneco blijft zich inspannen om naast een concurrerende prijsstelling ook de duurzame visie uit te dragen en klanten bewust te maken van de mogelijkheden om energie te besparen en zelf duurzaam op te wekken.