One Planet Thinking

Volgens het Living Planet-rapport van het Wereld Natuur Fonds (WNF) verbruiken we wereldwijd ieder jaar anderhalf keer de aarde. Het is onze ambitie om het energieverbruik van onze klanten en onszelf binnen de grenzen van een leefbare planeet te brengen. Niet alleen voor onszelf, maar ook voor de generaties na ons. Dat is wat onze klanten van ons mogen verwachten. Pas dan zullen we onze missie ‘Duurzame energie voor iedereen’ hebben gerealiseerd. We zoeken daarin de samenwerking met onze klanten, leveranciers en andere partners.


De One Planet gedachte

Eneco en WNF zijn partners sinds 2010. Als eerste bedrijf in Nederland en als eerste energiebedrijf ter wereld kreeg Eneco van WNF de ‘Climate Saver’-erkenning. Maar, zo vinden we, bij duurzaamheid gaat het om méér dan alleen het klimaat. Het gaat ook om onze gezondheid, de kwaliteit van ecosystemen en de beschikbaarheid van hulpbronnen. Geïnspireerd door het artikel Planetary Boundaries van het Stockholm Resilience Centre en het Living Planet-rapport van WNF, heeft Eneco het initiatief genomen om samen met Ecofys en WNF de ‘One Planet’-gedachte meetbaar te maken op bedrijfsniveau.

Onze impact meetbaar maken

One Planet Thinking (OPT) is een gezamenlijk ontwikkeltraject van Eneco, WNF en Ecofys. Het doel is om inzicht te krijgen in de manier waarop bedrijven hun waardeketens zodanig kunnen verduurzamen dat hun activiteiten op termijn minder negatieve impact hebben op de menselijke gezondheid, de kwaliteit van ecosystemen en de beschikbaarheid van grondstoffen. Zo weten we beter of we voldoende vorderingen maken om een goede bijdrage te leveren aan een leefbare planeet.

Bij de ontwikkeling van het model baseren we ons op de meest recente wetenschappelijke inzichten en maken we gebruik van bestaande meetinstrumenten, zoals de Life Cycle Assessment (LCA). Veel bedrijven gebruiken deze methodiek al om hun milieu-impact te meten. Life Cycle Assessment onderscheidt verschillende impactcategorieën, zoals klimaatverandering en beschikbaarheid van grondstoffen. Door de koppeling van LCA aan het One Planet Thinking-model krijgen bedrijven inzicht in welke mate zij de aarde belasten. En op welke impactcategorieën zij kunnen verbeteren om hun bijdrage te leveren aan een leefbare planeet.

De eerste resultaten

De drie impactcategorieën waarop de productie, distributie en levering van elektriciteit de grootste milieu-impact hebben, zijn klimaatverandering, fijn stof en de beschikbaarheid van fossiele grondstoffen. Van deze impactcategorieën hebben we met de LCA-methode de milieu-impact berekend die we samen met onze klanten en leveranciers op deze gebieden hebben. Door de wetenschappelijke inzichten van onder andere het artikel Planetary boundaries kunnen we bijvoorbeeld inschatten hoeveel keer de uitstoot de One Planet-grens overschrijdt. Door deze stappen toe te passen op de drie impactcategorieën ontstaat de volgende figuur voor de milieu-impact van elektriciteitsopwekking, distributie en levering van elektriciteit aan onze klanten en aan onszelf.

De eerste resultaten laten zien dat de milieu-impact van de elektriciteitsvoorziening aan onze klanten relatief het grootst is op klimaatverandering. Daarbij doen we het ten opzichte van het Europese gemiddelde (429 gram CO2/kWh in 2010, bron IEA) erg goed. Zie Eerste resultaten One Planet Thinking voor een toelichting.

Partners in duurzaamheid

We hebben nog een lange weg te gaan om de energievraag van onze klanten en van onszelf binnen de grenzen van een leefbare planeet te brengen. Dit geldt ook voor de verdere ontwikkeling van het OPT-model en het oplossen van de dilemma’s die we tegenkomen. Het eerste dilemma is de vraag of we de global planetary boundaries wel moeten willen vertalen naar lokaal bedrijfsniveau. Daarbij kunnen namelijk ethische dilemma’s onstaan over verdeling of fair share. Het tweede dilemma is wat ons te doen staat wanneer voor een impactcategorie geen breed geaccepteerde wetenschappelijke grens gevonden wordt.

Maar gelukkig staan we niet alleen in onze ambitie. Uit de positieve reacties van andere bedrijven blijkt dat we met One Planet Thinking in een behoefte voorzien. Daarom nodigen we iedereen die zich werkelijk wil inzetten voor duurzaamheid uit om samen te werken en het model verder te ontwikkelen en uit te bouwen: andere Climate Savers van het WNF, bedrijven, organisaties en onderzoekers. Onze droom: een wereldwijde standaard en een onafhankelijk methode, die tot ieders beschikking staat. Een open source-platform, dat onderzoekers, organisaties en andere belanghebbenden kunnen blijven ontwikkelen.


Dilemma's
De kracht van One Planet Thinking (OPT) is dat het is gebaseerd op actuele wetenschappelijke inzichten in alle dimensies van duurzaamheid, en dat het tegelijkertijd krachtige en intuïtieve communicatie mogelijk maakt. De combinatie van deze twee belangen in één model geeft OPT de potentie voor brede toepassing. Door nieuwe wetenschappelijke inzichten en gebruikerservaringen die ontstaan door de open source aanpak zal het model een continue ontwikkeling doormaken. In de ontwikkeling tot nog toe is Eneco twee dilemma’s tegengekomen.  

Het eerste dilemma is de vraag of we de global planetary boundaries wel moeten willen vertalen naar lokaal bedrijfsniveau. Daarbij kunnen namelijk ethische dilemma’s onstaan over verdeling of fair share. Het alternatief is dat we de absolute milieu-impacts uit assessments (LCA’s) bepalen en dat we vervolgens deze milieu-impact terugdringen. Als we alleen de milieu-impacts terugdringen geeft dit geen beeld van de hoeveelheid reductie die nodig is. Ook sluit dit minder aan bij de gangbare werkwijze in het bedrijfsleven, waarin men een doelstelling SMART definieert, een strategie uitstippelt en de voortgang monitort.

Het tweede dilemma is de vraag wat ons te doen staat wanneer voor een impactcategorie geen breed geaccepteerde wetenschappelijke grens gevonden wordt. Aanvaard je dan een maatschappelijk geaccepteerde bron, zoals bijvoorbeeld een wet of een richtlijn? Of laat je het model onvolledig door op deze impactcategorie geen grens vast te stellen?

Specifiek voor de categorie fijn stof is de One Planet-grens gebaseerd op normen zoals ze zijn vastgelegd in de World Health Organisation’s Air Quality Guideline. Deze normen zijn overigens aanzienlijk strikter dan de normen voor fijn stof zoals die zijn vastgelegd in Europese en Nederlandse wet- en regelgeving.

Ook bij de verdere uitwerking van One Planet Thinking verwacht Eneco deze dilemma’s tegen te komen. Om deze dilemma’s te adresseren zullen we vanaf 2014 wetenschappers direct en actief betrekken in de verdere ontwikkeling van One Planet Thinking. We vinden het belangrijk dat wij en andere bedrijven een kompas krijgen voor onze duurzame ontwikkeling en we accepteren dat dit kompas niet in alle opzichten feilloos zal zijn.