Rentedragende schulden

De rentedragende schulden zijn als volgt te specificeren:

Per 31 december 2013

Per 31 december 2012

Onderhandse leningen

1.806

1.792

Groenfonds en achtergestelde leningen

105

8

Totaal

1.911

1.800

Voor de specificatie van de perioden waarin de aflossingen zullen plaatsvinden wordt verwezen naar toelichting 32.

Per 31 december 2013

Per 31 december 2012

Classificatie

Kortlopend

175

74

Langlopend

1.736

1.726

Totaal

1.911

1.800

Voor de rentedragende schulden hebben geen zekerheidstellingen plaatsgevonden.

De onderhandse leningen zijn in overwegende mate verkregen van institutionele beleggers en banken. De onderhandse leningen omvatten tevens voor een bedrag van € 214 mln. in US dollars (2012: € 224 mln.), € 138 mln. in Japanse yens (2012: € 176 mln.) en € 90 mln. in Britse ponden (2012: € 92 mln.). De groenfonds leningen betreffen leningen voor financiering van specifieke investeringen in duurzame energie-infrastructuur. Vanwege de belastingvoordelen die beleggers in deze groenfondsen genieten ligt de verschuldigde rente onder de marktrente. De kasgeldleningen bestaan uit onderhandse kasgeldleningen en uitgegeven commercial papers.

Een overzicht van de kredietfaciliteiten is opgenomen in toelichting 32.

Aflossingsverplichtingen voor het eerste jaar na balansdatum worden opgenomen onder de kortlopende schulden.

Voor een bedrag van €  1.752 mln. (2012: € 1.552 mln.) zijn de leningen vastrentend (reële waarde risico). Voor de overige leningen gelden variabele rentepercentages die de ontwikkeling van de marktrente (kasstroom-renterisico) volgen. Voor deze variabele rentepercentages wordt deels gebruik gemaakt van afgeleide financiële instrumenten (renteswapcontracten).

De gemiddelde rentelast (exclusief de geactiveerde rente) en de reële waarde van de leningen kunnen als volgt worden gespecificeerd:

2013

2012

Gemiddelde rentelast

5,7%

5,7%

Reële waarde van de leningen

2.092

2.073

De reële waarde van de leningen is benaderd door middel van de contante waarde methode (volgens de zgn. ‘inkomstenbenadering’). Hierbij is uitgegaan van relevante marktrentetarieven voor vergelijkbare schulden. Daarmee vallen de gegevens voor deze waarderingsberekening onder ‘niveau 2’ binnen de reële waarde hiërarchie.