Eric de Haan:

Klant op één bezorgt Eneco Gouden Oor

Lees dit interview
Interview sluiten
De klant op nummer één, dat betekent dat we goed naar onze klanten luisteren, vooral als ze vragen of problemen hebben. Eneco werkte in 2013 aan een nieuwe aanpak voor een hartelijk en gastvrij contact met onze klanten. Hiermee won Eneco in 2013 de Gouden Oor Award, een jaarlijkse prijs voor de organisatie die excelleert in het luisteren naar zijn klanten.
Eric de Haan, voorzitter van Stichting Gouden Oor, over Eneco:

‘Je laat de controle los en vertrouwt op de kracht van de medewerker. Dat is heel vernieuwend’

‘Als jurylid bracht ik een werkbezoek aan Eneco. Wat me bij binnenkomst opviel was het open en lichte karakter van het bedrijf, het is een warm welkom. Als je verder het pand in loopt blijft de sfeer van openheid en transparantie bestaan, ook op de afdeling de ik bezocht. Men was vriendelijk en eerlijk en probeerde de dingen niet mooier te maken. Iedereen stond open voor onze vragen en opmerkingen. Er was niet alleen bereidheid om naar elkaar te luisteren. Wat ook opviel is dat medewerkers alle tijd namen voor de klant.’
Duurzame groei van binnenuit
‘Bijzonder is de aanpak van Eneco. Het is niet de manager die voorschrijft wat er moet gebeuren, het wordt omgedraaid. Het gaat om de ontwikkeling van de medewerker, die staat immers het dichtst bij de klant. De manager heeft een faciliterende en coachende rol. Dat is vernieuwend. Je laat de controle los en vertrouwt op de kracht van de medewerker. En dat vertrouwen betaalt zich terug: de resultaten bewijzen dat. Zo werken ze aan duurzame groei van binnenuit, omdat de medewerkers wezenlijk veranderen. En dat past ook bij de duurzaamheid die Eneco nastreeft.’
Ga verder naar het jaarverslag

Ton van Keken

Eneco’s Environmental Dinner

Lees dit interview
Interview sluiten
Al zes jaar lang nodigt de Raad van Bestuur van Eneco haar zakelijke relaties uit voor het jaarlijkse Environmental Dinner. Tijdens dit evenement gaan we met collegabestuurders in informele sfeer met elkaar in gesprek over onderwerpen op het gebied van duurzaamheid. Met een klein seminar, praktijkvoorbeelden en innoverende sprekers bieden we onze zakelijke relaties inspiratie voor duurzaam ondernemerschap.
Ton van Keken, Senior Vice President of Operations van Interface EMEA van Interface,
was dit jaar een van de gasten bij Eneco’s Environmental Dinner:

‘Eneco slaat de spijker op de kop’

‘Bij Interface zijn we erg met verduurzaming bezig. Wij proberen onze impact op het milieu tot nul te reduceren en daar heb je partners voor nodig. Eneco, van wie we nu 100 procent biogas afnemen, is voor ons een belangrijke partner.
Het Environmental Dinner – mijn eerste – was een verhelderende en inspirerende avond, met een groot aantal gasten die ook met het thema bezig zijn. Verduurzaming is een maatschappelijke kwestie, we moeten het samen doen. Op deze avond konden we van elkaar leren en elkaar versterken. De sfeer was luchtig, bijvoorbeeld door het optreden van de band The Kik, waarmee de avond een informeel en energiek karakter kreeg. Ik vind het Environmental Dinner een geweldig initiatief. Eneco slaat precies de spijker op de kop met deze formule.’
Inspirerende woorden
‘De sprekers zijn me bijgebleven. Zo vertelde prinses Laurentien van Oranje over de perceptie van kinderen op maatschappelijke problemen en bedrijfsuitdagingen. Zij komen op een goede manier tot de kern van het probleem en tot simpele oplossingen. Wij volwassenen maken het soms heel ingewikkeld. De ontwikkelingen gaan snel, we moeten ons richten op de toekomst. Past ons businessmodel daar nog wel bij? Daarom vond ik de woorden van Jeroen de Haas, Eneco’s CEO, zo inspirerend. Hij hield een open verhaal over hun zoektocht naar een ander businessmodel. “We moeten onszelf heruitvinden”, waren zijn woorden. Ik heb veel respect daarvoor. Het getuigt van moed en visie om je businessmodel ter discussie te stellen. En in dat proces is Eneco zeer klantgericht bezig, dat is mooi om te zien.’
Ga verder naar het jaarverslag

Familie Barclay

Tullo Windpark, Eneco’s start in Groot-Britannië

Lees dit interview
Interview sluiten
Eneco maakt sinds de inbedrijfsstelling van haar eerste windpark in Groot-Britannië in 2010 ook daar flinke stappen in het vergroten van de productie van duurzame elektriciteit. Het eerste windpark, Tullo bij Laurencekirk, Aberdeen (7 molens en een capaciteit van 17 MW), werd in 2013 gevolgd door de installatie van nog eens 10 molens (25 MW) op dezelfde locatie. Bij dit project is bijzonder veel aandacht besteed aan de contacten met lokale betrokken partijen.
Familie Barclay, grondeigenaren Tullo windpark:

’Eneco is een echte partner’

De familie Barclay beheert al vele jaren het terrein en de boerderij waar de eerste windmolens van Eneco in Schotland zijn geplaatst. Brian Barclay, die al 10 jaar geleden bedacht dat er met andere activiteiten, zoals windenergie, geld te verdienen was, zegt namens de familie over Eneco: ’Wij kenden Eneco nog niet toen wij het idee voor windmolens kregen. De plannen werden in eerste instantie door een ander bedrijf ontwikkeld. Tot het moment dat Eneco de bouwrechten voor het Tullo windpark kocht, had ik nog nooit van Eneco gehoord, maar nu weet ik veel meer over ze. Het is een geweldig bedrijf om mee te werken. Ze hebben echt hun best gedaan om het alle partijen naar de zin te maken. Ik zie het team van Eneco waar wij mee te maken hebben tegenwoordig meer als vrienden dan als zakelijke relaties.’
Eneco groep Partner in duurzaamheid
Eneco is echt een duurzame partner met oog voor de belangen van de regio. Met de bouw van het windpark zorgen ze voor lokale werkgelegenheid en er wordt ook geïnvesteerd in activiteiten die de gehele lokale gemeenschap ten goede komen. Ze hebben veel tijd en moeite gestoken in het ontwikkelen van een milieuvriendelijk terrein door bomen en struiken te planten en het leefmilieu te beheren. Dat gebeurt onder meer door middel van grasstroken die fungeren als zogenaamde ‘keverbanken’ en door het plaatsen van nestkasten die allemaal lokaal gemaakt worden in het Milltown Wijkcentrum voor volwassen met leermoeilijkheden, dat gesponsord wordt door Eneco. In de drie jaar sinds de plaatsing van de turbines van Tullo heb ik op de heuvel geen enkele gewonde vogel gezien. Integendeel: er zijn zelfs scholeksters komen nestelen op de plaatsen waar de hijskraan stond. De uitbreiding van windpark Tullo valt daarom bij ons in goede aarde’.
Ga verder naar het jaarverslag
‘Gezocht: jongeren tussen 12 en 27 jaar die ons helpen Toon nóg beter te maken’. Met deze oproep nodigden we in mei 2013 jongeren van 17-27 jaar uit voor de Eneco Challenge. In de maanden daarna werkten 30 jongeren in teams met veel enthousiasme aan deze uitdaging. Ze kwamen met verrassende ideeën en concepten. Het winnende concept: ‘Samen sparen’, waarbij jongeren bijvoorbeeld samen kunnen sparen voor een gezamenlijk doel.
Erika Huizinga maakte deel uit van het winnende team:

‘Samen kom je veel verder’

‘De Eneco Challenge was een heel mooie ervaring. Het waren lange en intensieve dagen, maar ik kreeg er veel energie van! De mensen van Eneco stonden open voor onze vragen en ideeën en begeleidden ons goed. Na de eerste pitch kregen we opbouwende feedback om het concept verder uit te bouwen voor de grote finale. We werkten in teams van vier à vijf personen. Door het werken in groepen leer je nieuwe mensen kennen, worden kennis en ervaringen met elkaar gedeeld en ga je wat meer buiten je eigen kaders denken. En dat vind ik zo leuk aan het werken in een groep, samen kom je veel verder dan alleen!‘
Sparen wordt leuk
Voor de jonge doelgroep van Eneco wilden we de onderwerpen ‘sparen’ en ‘duurzame energie’ meer lading geven en interessanter maken. Duurzame energie moet hip worden! Daarom voegden we een winnend element toe aan het huidige Toon-concept. Vrienden kunnen allemaal een bepaald bedrag per maand besparen op hun energieverbruik en daarmee sparen voor een gezamenlijk doel. Zo wordt besparen op energiekosten een competitie waar de jonge consument zelf wat aan heeft en waardoor hij ook bewuster met energie om zal gaan. Hoewel de andere groep een sterk en innoverend concept had, past ons project heel goed bij Eneco: ‘samen’ is immers ook haar motto!’
Ga verder naar het jaarverslag

Jeroen de Haas

Over samen­werken en welkom zijn

Lees dit interview
Interview sluiten
Onder leiding van Jeroen de Haas onderscheidde Eneco zich de afgelopen jaren als Nederlands meest duurzame energiebedrijf. Maar de topman wil nog verder gaan. Journalist Max Christern sprak speciaal voor Eneco’s Jaarverslag met hem.
Over samenwerken en welkom zijn, over fietsend naar je werk en het maatschappelijk belang van zijn bedrijf. En vooral over de kracht van overtuiging.
Nederland koos als woord van het jaar voor 2013 ‘selfie’, het fotografische zelfportret gemaakt met de mobiele telefoon op armlengte en vervolgens gepubliceerd op sociaalnetwerksites. Gevraagd naar zijn favoriete woord van het afgelopen jaar noemt Jeroen de Haas, bestuursvoorzitter van Eneco, een woord dat bijna haaks staat op selfie: ‘samen’.
Het is het warmste woord uit de drie begrippen die de visie van zijn bedrijf verwoorden: duurzaam, decentraal, samen. Zo kijkt Eneco naar de toekomst van energie. Alle energie, zo is de overtuiging van De Haas en zijn mensen, zal in de toekomst duurzaam zijn en zal grotendeels decentraal worden opgewekt. En dat opwekken gaat Eneco – daar is het woord – samen met klanten en bedrijven doen.
‘Onze missie en visie staan als een huis’, vertelt De Haas. ‘Er waren het afgelopen jaar zoveel signalen die ons gelijk daarvoor bewijzen. Maar dat maakt ons niet per definitie de winnaar van deze tijd. Er zijn voldoende bedrijven verdwenen met een briljante missie en visie omdat ze het niet voor
elkaar kregen om het in praktijk te krijgen. Het verschil wordt gemaakt door die visie en missie ook uit te voeren. Door het te doen. Samen te doen. Met de klant.’

Het is een onstuimige vrijdagochtend in december. De wind waait hard buiten. Hollandse wind, heet dat bij Eneco. Jeroen de Haas zit op een rustige werkkamer in Den Haag. Het is een plek waar hij vaker zit. Het nieuwe hoofdkantoor van Eneco in Rotterdam is een breed bewierookt icoon van het Nieuwe Werken, open en transparant, met een prachtig netwerkcafé op de begane grond, waar ook de bestuursvoorzitter graag zit. Maar af en toe moet hij zich ook in stilte kunnen terugtrekken, om stukken te lezen, na te denken en zich voor te bereiden op gesprekken met politiek Den Haag. Of om, zoals nu, te praten over het afgelopen jaar, over de vele mooie projecten die zijn opgestart binnen Eneco en ook over zijn eigen, persoonlijke beleving van een ander woord dat al zo lang als onderscheidend kenmerk rondom zijn bedrijf hangt: duurzaamheid.
Dit najaar deed hij op uitnodiging van Urgenda-directeur Marjan Minnesma mee met het zogeheten Low Car Diet, een tiendaagse test voor directeuren om zonder auto door het land te reizen. Hij fietste door weer en wind en ontdekte en passant dat de status van een directeur op een fiets een andere is dan die van de man die gechauffeerd wordt. ‘Bij het ministerie van Economische Zaken vroeg de portier me of ik mijn fiets niet op de stoep maar in de stalling wilde zetten’, vertelt hij. ‘Terwijl als je met de auto wordt afgezet niemand moppert als die auto even op de stoep blijft staan.’
De portier behandelde De Haas als ‘een gewone meneer’, en eigenlijk heeft Eneco’s voorman niets liever dan dat. Hij is wars van opsmuk of status. Gewoon doen, past goed bij hem. Maar daar zit bij Jeroen de Haas altijd wel ‘durf’ aan vastgeplakt. ‘En die mentaliteit wil ik nog meer zien bij onze mensen, juist nu’, vertelt hij. ‘Durf te springen, zeg ik vaak. Kijk maar of je blijft vliegen. Durf los te komen uit de stroperige structuur die elk groot bedrijf nu eenmaal heeft, ook het onze. Ik merk
nog vaak dat mensen dat eng vinden en dat begrijp ik best. Maar wij van Eneco, bij Stedin, bij Joulz, bij Ecofys, bij Oxxio, kortom bij alle leden van de familie, wij zijn echt anders dan die andere energiebedrijven en dat moeten we durven uiten.’

Wat is het verhaal van Eneco dat naar buiten toe nog duidelijker moet beklijven?
‘Ons bedrijf is actief in een markt die na een hele lange periode van grote rust nu revolutionair in ontwikkeling is. Alle grote energiebedrijven schudden op hun grondvesten. De economische crisis zorgt daar natuurlijk voor, maar ook de discussies rond schaliegas, kolencentrales, alternatieve energiebronnen en de lage CO2-prijs. En daarnaast is er de vraag of energiemaatschappijen zoals we ze nu al decennia kennen, straks nog wel bestaan.
Het is onrustig, maar het is ook een uitgelezen moment om je te onderscheiden van de rest. Dat doen wij met onze duurzaam-decentraal-samen-visie natuurlijk. En daarin vind ik onze houding ten opzichte van ‘de klant’ echt
revolutionair anders dan bij de concurrentie. Een klant is voor Eneco niet alleen iemand die energie bij ons afneemt of aangesloten is op ons netwerk. Vroeger zagen we de klant als een systeemrisico; iemand die vooral met zijn handen van de meterkast moest afblijven. Anno nu is een klant van ons ook iemand die in de buurt van een van onze windmolens woont maar geen stroom van ons afneemt. We moeten ook die mensen altijd bij onze plannen betrekken, vind ik. Als wij onze visie willen waarmaken, moeten we denken vanuit die brede definitie van de klant, die zelf steeds meer onderdeel is geworden van ons energiesysteem omdat hij zelf ook energie kan produceren. En omdat hij zelf ook een mening heeft over de energie die hij gebruikt of opwekt.
De moderne klant van een energiebedrijf bemoeit zich met het product energie. En we hebben hem of haar dus ook gewoon nodig. Als het hard waait bijvoorbeeld. Of juist als het niet waait om te vertellen dat hij of zij de wasmachine nu nog even niet aanzet. Het gaat echt om een revolutionair andere houding van Eneco ten opzichte van de klant.’
En komt daar dat favoriete woord ‘samen’ ook om de hoek kijken?
‘Ja, precies. Samenwerking vind ik cruciaal. En in alle voorbeelden van succesvolle projecten bij ons in het afgelopen jaar is dat voor mij ook steeds de rode draad. Kijk in Nederland naar een project als Heijplaat, waar we samen met de bewoners een energie neutrale wijk realiseren. Of bij onze buitenlandse projecten, bijvoorbeeld die in Engeland waar we in het Schotse Aberdeenshire inmiddels een tweede windpark hebben geopend, in nauw en goed overleg met de buurt. Dat zijn projecten waar ik met grote trots en tevredenheid naar kijk omdat we daar dat begrip ‘samen’ zo goed invullen.
En intern zie ik ook bijzondere initiatieven van samenwerking ontstaan. Neem bijvoorbeeld The Movement, waar zo’n honderd collega’s van Eneco, Joulz en Stedin, van monteurs tot managers, medewerkers inspireren om de klant echt centraal te stellen. En natuurlijk is er ook de samenwerking met externe partners, zoals het Wereld Natuur Fonds of Vitens, of Akzo of
Scottish Water – er zijn er bijna teveel om op te noemen langzamerhand. En ik vind dat geweldig om te zien. Echte, succesvolle praktijkvoorbeelden van samenwerking vanuit onze missie. Steeds meer zijn we het hier vanuit Eneco gewoon gaan doen, dat is belangrijk. Dat ‘samen’-gevoel is nu echt breed gedragen. Dat ben ik niet, dat zijn wij hier met z’n allen.’

Waar meet Eneco aan af of iets daadwerkelijk een succes is?
‘Wat ik hier probeer in te brengen is de gedachte dat rendement niet alleen een financieel begrip is. Het gaat mij er om dat iets past in onze missie en visie en daarbij vind ik het van groot belang dat we het maatschappelijk belang, het brede maatschappelijk rendement in de gaten houden. Als we dat als richtsnoer nemen van onze strategie, van ons handelen, eigenlijk van alles dat we doen, dan is dat de beste basis voor een goed en voorspelbaar financieel rendement.
Bij veel grote bedrijven zie ik een veel te grote
split tussen het bedrijfsbelang en het maatschappelijk belang. Vrijwel overal staat het eerste voorop. Ik vind dat dat anno 2014 niet meer kan. En eigenlijk heeft dat nooit gekund. De grondlegger van de vrije markteconomie, Adam Smith, gaf al aan dat de vrije markt niet functioneert als bedrijven niet ook een sterke blik hebben op de zorg voor anderen, op dat maatschappelijk belang.
Ik zeg tegenwoordig ook dat Eneco alleen komt als het welkom is. Dat ligt in het verlengde van wat ik net vertelde. Eneco gaat niet zo maar ergens windmolens neerzetten, ook al zouden we daar officieel toestemming voor hebben. Nee, ik sta er op dat wij eerst met de mensen die in zo’n gebied wonen in gesprek gaan. Dat zijn die klanten in de brede definitie die ik er aan geef. Ik hamer daar sterk op binnen Eneco. En ik ben blij om te zien dat dat hier binnen ons bedrijf goed wordt opgepikt. We moeten dat maatschappelijk belang van ons werk steeds in de gaten houden.’

Leiding geven aan zo’n missie kan alleen als de leider er zelf in gelooft. Waar komt bij u die overtuiging vandaan?
‘Alles begint uiteindelijk bij jezelf. Bij durf. Je moet je primaire angsten overwinnen. Dat lukt als je bij jezelf te rade gaat en uitvindt wie je zelf bent. En waarom je bepaalde dingen wilt doen. Mijn ervaring is dat wanneer je vanuit een sterke persoonlijke overtuiging dingen zegt en doet, dat het beste werkt. Ik ben overtuigd van onze missie en ik durf dat te vertellen. Dan ontstaat er ook meteen verbinding met de mensen met wie je praat.
Langzaam maar zeker slagen we er hier ook in om niet het bedrijf of de Eneco-Groep te zijn, maar een groep van 7.000 mensen die steeds meer in staat zijn hun eigen verhaal te vertellen op basis van een visie. Als je begrijpt wat die visie voor jou betekent, voor jouw rol binnen Eneco, dan is het goed. Dat is voor mij ook de ware betekenis van het begrip duurzaamheid.’
Ga verder naar het jaarverslag